De uitspraak in zaak C-160/15: :
“Artikel 3,lid 1, van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij, moet aldus worden uitgelegd dat, om vast te stellen of het plaatsen, op een website,van hyperlinks naar beschermde werken die zonder toestemming van de auteursrechthebbende vrij beschikbaar zijn op een andere website, een “mededeling aan het publiek”vormt in de zin van die bepaling, bepaald moet worden of deze links zijn verstrekt zonder winstoogmerk door een persoon die geen kennis had, of redelijkerwijs geen kennis kon hebben, van het illegale karakter van de publicatie van die werken op die andere website, dan wel of, integendeel, voornoemde links met een dergelijk oogmerk zijn verstrekt, in welk geval deze kennis moet worden vermoed.”
Kort samengevat betekent dit:
Geen “mededeling aan het publiek” : als de plaatser van een hyperlink naar auteursrechtelijk beschermde werken die zonder toestemming zijn gepubliceerd op een andere website, geen winstoogmerk had en niet wist dat publicatie ervan illegaal was.
Wel “mededeling aan het publiek”: als de plaatser van een hyperlink naar auteursrechtelijk beschermde werken die zonder toestemming zijn gepubliceerd op een andere website, een winstoogmerk had. In dat geval moet de kennis van het illegale karakter worden vermoed.
Wat is de voorgeschiedenis van dit arrest en hoe kwam het Hof tot deze uitspraak?
De partijen
Er staan in deze zaak twee partijen tegenover elkaar:
GS Media BV, de beheerder van de site GeenStijl, die in een artikel een illegale hyperlink opnam naar naaktfoto’s van Britt Dekker.
Tegen
Sanoma Media Netherlands, uitgever van Playboy, opdrachtgever van de maker van de naaktfoto’s van Britt Dekker, fotograaf Hermes, en beheerder van diens uit de auteursrechten voortvloeiende rechten en bevoegdheden;
Playboy Enterprises International Inc. De overkoepelende internationale tak van Playboy;
Britt Geertruida Dekker, de persoon wiens naaktfoto’s in de decembereditie van Playboy 2011 zouden worden gepubliceerd.
De foto’s
De foto’s van Britt Dekker waren op 13 en 14 oktober 2011 in opdracht van Sanoma gemaakt met de bedoeling deze in het decembernummer van Playboy 2011 te publiceren.
Op 26 oktober kreeg de redactie van de site GeenStijl een hyperlink naar een bestand op de website Filfactory.com(site Filefactory), een Australische site voor dataopslag. In dat bestand zaten de door Hermes gemaakte foto’s van Britt. Hoe de persoon die de hyperlink onder een pseudoniem naar GeenStijl had gestuurd aan de foto’s kwam, vermeldt de historie niet. Wel is duidelijk dat dit gebeurde zonder toestemming van de auteursrechthebbende.
Sanoma ondernam onmiddellijk actie en sommeerde nog op 26 oktober dat de moedermaatschappij van GeenStijl , GS Media, moest voorkómen dat de betrokken foto’s op de site van GeenStijl werden verspreid. Op 27 oktober ging voornoemde site gewoon tot publicatie over. Aan twee volgende sommeringen werd door GeenStijl ook geen gehoor gegeven.
In december werden de foto’s in de Playboy gepubliceerd.
Het recht
Sanoma beschuldige GS Media van inbreuk op het auteursrecht en legde de zaak voor aan de rechter. Het conflict belandde uiteindelijk bij De Hoge Raad der Nederlanden die hierover prejudiciële vragen heeft gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.
In het arrest wijst Het Hof erop dat eerdere rechtspraak over hyperlinks (Svensson e.a. C-466/12 en Bestwater International C-2348/13, niet gepubliceerd) enkel betrekking had op het plaatsen van hyperlinks naar werken die met toestemming van de rechthebbende vrij beschikbaar waren gesteld op een andere website. Deze rechtspraak is niet zonder meer van toepassing als de gelinkte werken zonder toestemming van de rechthebbende op een andere site zijn geplaatst.
Het Hof constateert vervolgens dat het een balans moet vinden tussen twee verschillende belangen:
Enerzijds moeten de lidstaten van de EU volgens richtlijn 2001/29/EG ervoor zorgen dat auteurs het uitsluitende recht genieten de mededeling van hun werken aan het publiek toe te staan of te verbieden.
Anderzijds moet de bescherming van belangen en fundamentele rechten van gebruikers van beschermd materiaal met name hun vrijheid van meningsuiting en van informatie gewaarborgd worden.
Hierbij maakt Het Hof wel een onderscheid tussen twee soorten gebruikers:
Particuliere gebruikers: zij plaatsen de hyperlinks zonder winstoogmerk. Hun doel is uitwisseling van meningen en informatie. Van deze categorie gebruikers kan niet verwacht worden dat zij weten dat het door hun gelinkte werk was gepubliceerd zonder toestemming van de auteursrechthebbende.
Hyperlinks van deze gebruikers worden dan ook niet gezien als”mededeling aan het publiek”.
Anders is het natuurlijk als deze gebruikers er door de auteursrechthebbende op worden gewezen dat de hyperlinks die zij hebben geplaatst, toegang geven tot illegaal op internet gepubliceerd werk. Als zij hier door de rechthebbende op zijn gewezen en ze verwijderen de hyperlink niet dan is er wel sprake van een “mededeling aan het publiek.”
Dit is ook het geval als de hyperlink gebruikers in staat stelt beperkingsmaatregelen te omzeilen die op de site waarop zich het beschermde werk bevindt, zijn getroffen met het doel de toegang van het publiek te beperken tot de abonnees ervan.
Gebruikers met winstoogmerk: gebruikers die hyperlinks plaatsen uit winstoogmerk dienen zich te realiseren dat van hen wordt verwacht dat ze de nodige verificaties verrichten om er zeker van te zijn dat het betrokken werk op de site waar die links naar leiden niet illegaal is gepubliceerd, zodat moet worden vermoed dat die plaatsing heeft plaatsgevonden met volledige kennis van de beschermde aard van dat werk en van het eventuele ontbreken van toestemming van de auteursrechthebbende voor de publicatie op internet.
In dit soort gevallen en voor zover dit weerlegbare vermoeden niet is weerlegd, is
het plaatsen van een hyperlink naar een illegaal op internet gepubliceerd werk een “mededeling aan het publiek”.
Conclusie van Het Hof
Het Hof concludeert dat het vast staat dat GS Media de site GeenStijl beheert en dat zij, met een winstoogmerk, hyperlinks heeft verstrekt naar de bestanden met de betrokken foto’s, die waren opgeslagen op de site Filefactory. Ook staat vast dat Sanoma geen toestemming had gegeven voor de publicatie van de foto’s op internet. Bovendien lijkt uit de weergave van de feiten in de verwijzingsbeslissing voort te vloeien dat GS Media zich van die laatste omstandigheid bewust was en dus niet het vermoeden kan weerleggen dat plaatsing van de link is geschied met volledige kennis van het illegale karakter van die publicatie.
In deze omstandigheden heeft GS Media, onder voorbehoud van door de verwijzende rechter uit te voeren verificaties, door deze link te plaatsen een “mededeling aan het publiek” in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29 verricht, zonder dat binnen deze context de andere door die rechter naar voren gebrachte, in punt 26 van het onderhavige arrest, omstandigheden behoeven te worden onderzocht.
MillerReyBrighton Advocaten